HAVEN 010

Persreacties

HAVEN 010
Zwerven met Bowie en Bach

4 sterren

Een verlaten loods in Antwerpen is het decor voor een van de laatste voorstellingen van Zomer van Antwerpen 2010. ‘HAVEN 010' is een productie van WALPURGIS en 't ARSENAAL in samenwerking met Union Suspecte. De voorstelling ging in première op Theater Aan Zee en speelt zich grotendeels af in de haven van Oostende. Wij, Antwerpenaren, verplaatsen onze gedachten maar al te graag naar die andere haven voor theater met een hoog documentairegehalte.

Theatermaker Michael de Cock schreef de tekst aan de hand van gesprekken met vluchtelingen. Hij koos er één uit en baseerde zijn verhaal op de waargebeurde tocht van Mourad, een Algerijn die via Oostende in het nieuwe beloofde land, Engeland, wil geraken. Daarnaast verschijnt het fictieve personage Eric Van der Plas, een trucker. Hij ontmoet Mourad op een parking in Jabbeke en langzaamaan raken de twee bevriend. De figuur van Eric is een erg waardevolle toevoeging. Het maakt de overgang van feiten naar verhaal en trekt de thematiek open, doordat we ook een autochtoon perspectief krijgen. Ook Eric is een zwervende ziel. In de ogen van Mourad is hij een gelukzak met werk, een ex en geldige papieren. Maar de trucker die van parking naar parking over het macadam glijdt, heeft zo zijn eigen problemen. Mourad is een kleine muis, Eric een hard werkende, wroetende mier.

Toch is er een zekere afstand tot het publiek. Het documentairegehalte waar we het eerder al over hadden lijkt verdere uitdieping tegen te houden. Videobeelden tonen op drie grote schermen de getuigenis van de echte Mourad, ze tonen de stad Oostende en sms-berichten van Mourad aan Michael de Cock. En hoewel de focus in de loop van de voorstelling meer op Eric komt te liggen, krijgen we toch nooit zijn hele verhaal of een echt uitgewerkt beeld van hem. Hij zwerft in de marge van onze verbeelding, net zoals de trucker in de marge van de samenleving leeft.

Met eenzelfde afstand tot het verhaal staat ook een vijfkoppig eigenzinnig orkest op scène. Ze brengen covers van Bowie tot Bach. Zonder zich echt in het stuk te mengen, zorgen ze voornamelijk voor een extra emotionele geladenheid. Hun muziek is beklijvend en zorgt voor rustpunten van bezinning in het verhaal.

Migratie is een actueel thema en tegelijk al zo oud als de straat. Het is de verdienste van de makers een voorstelling te maken die inspeelt op deze thematiek zonder in herhaling te vallen. De focus ligt sterk op de aanpak van het Westen en de doldraaiende systemen van onze welvaartstaat, waarin de plaatsen voor asielzoekers niet ongelimiteerd zijn. Mourad is kwaad, Eric nuanceert, en zo wordt er nergens een hard oordeel geveld. Maar dat er iets fundamenteel mis is met het beleid hadden we wel al door. En zelfs wie hardleers is, kan het einde niet negeren, waarbij allochtonen als muizen uit alle hoeken van de zaal komen gekropen om pal voor ieders neus de nietigheid van de mens te komen bezingen. Niemand die hen dan nog negeert.

Jesse Vanhoek, Cutting Edge, 21.08.2010


RECENSIE

Zouden veel toeschouwers de vluchtelingen gezien hebben? Ze staan slechts een paar passen verwijderd van het theaterpubliek, dat staat te wachten tot de deuren opengaan. Navraag achteraf levert verwondering op. Welke vluchtelingen? Wel, de mensen die de hele tijd vlak naast ons stonden. Ze praatten in groepjes of speelden met hun kinderen. Niet gezien? Haven 010, een productie van ’t Arsenaal en WALPURGIS i.s.m. Union Suspecte, kondigt zich van bij minuut één aan als een oefening in kijken.

‘Ik zie hem staan zoals ik er al zovelen niet heb zien staan.’ Het is niet toevallig de eerste zin van Eric (Ruud Gielens) wanneer hij zijn ontmoeting met de Algerijnse sans-papiers (Mourade Zeguendi) verhaalt. Beide mannen zijn in beweging. De jonge vluchteling hoopt via Oostende Engeland te bereiken. De camioneur weet niet meer goed waar hij eigenlijk heenrijdt, behalve dan dat het ver van zijn bezitterige moeder moet zijn. Ondanks de uiterlijke verschillen – de ronde, gezapige Belg versus de schriele, opgejaagde Algerijn – lijken ze verdacht goed op elkaar: twee dolende zielen op de parking van Jabbeke. Er ontstaat iets als lotsverbondenheid. Later komen beide mannen tot stilstand, de een al wat abrupter dan de ander. De Algerijn fysiek; opgepakt en opgesloten in het gesloten centrum van Merksplas. De camioneur bougeert niet meer – fysiek noch mentaal. Wanneer de Algerijn vrij komt, maken beide mannen zich op voor een statement.

De tekst van Michael De Cock dialogeert in de muzikale regie van Judith Vindevogel wonderwel met het geluidsontwerp van de Spaanse componist Charo Calvo. Derde artistieke gesprekspartner is de camera, die in documentaire flarden de realiteit binnenbrengt.

Haven 010 bewijst nogmaals dat bij de sensibilisatie rond maatschappelijke thema’s fluisteren meer loont dan schreeuwen. Het persoonlijke verhaal van twee mannen, uiterst kwestbaar vertolkt door Gielens en Zeguendi, raakt diep in al zijn anekdotiek. Het kleine vindt echter zijn grootse pendant wanneer binnenstromende vluchtelingen aantonen dat achter dit ene verhaal een reservoir schuilt aan gelijkaardige verhalen, klaar om los te breken als een zondvloed. De passie waarmee het vluchtelingenkoor de kostbaarheid van het leven bezingt doet huiveren. Het zijn deze mensen die we voor de voorstelling zagen, of eerder: niet zagen. Pas nu ze als theaterpersonage een gezicht krijgen, worden ze gezien. Door ons daarop te wijzen heeft Haven 010 zijn punt gemaakt: theater kan de wereld niet redden, maar kan haar wel (h)erkennen.

Evelyne Coussens, ZONE 03 van 18.08.2010


DE MUIS EN DE MIER

‘Haven 010’ (***1/2), een productie van ’t Arsenaal en Walpurgis, is voor ons dan ook de échte openingsvoorstelling van TAZ 2010. Hoe anders dan bij ‘Vliegen tot de hemel’ wordt hier de juiste sfeer geschapen. De beeldprojecties van de verlaten haven en de kabbelende zee by night hebben een bijna hypnotiserende werking en de inbreng van een internationaal vrouwenkwintet onder leiding van zangeres Judith Vindevogel is subtiel maar treffend. Hier wordt door de acteurs en muzikanten geschitterd in het duister.

De voorstelling speelt toepasselijk in een oude donkere loods langs de spoorweg. Zo’n loods waar het voor illegalen goed verbergen is tenzij de politie haar honden op je afstuurt natuurlijk. En je in de arm wordt gebeten. Of nog erger: een oog uitgekauwd. Regisseur De Cock inspireerde zich voor de voorstelling op de getuigenissen met illegalen die hij in de loop der jaren ontmoette. Hij pikte er één verhaal uit: dat van Mourad, een Algerijnse jongeman, die naar Engeland wil en als zovelen denkt dat het land van de fish en chips er één van melk en honing is.

Brussels acteur Mourade Zeguendi – die onlangs nog een prachtvertolking neerzette in ’25 Minutes to go’ van Union Suspecte – vertolkt Mourad. Unions Suspecte-collega Ruud Gielens is de truckchauffeur Eric Van der Plas die Mourad ontmoet langs de autostrade. De ene, de muis die als verstekeling wil meereizen. De andere, de mier die voedsel met zijn camion door Europa transporteert. Beide worden door de mensen over het hoofd gezien. Tussen beide ontwikkelt zich een bijzondere band. Het maakt van ‘Haven 010’ niet alleen een verhaal van migratie maar ook één van vriendschap tussen twee eenzame figuren.

De truckchauffeur is feitelijk een fictief personage, dat de onderzoeksjournalist De Cock uit de werkelijke historie vervangt, maar die fictionalisering zorgt hier voor een diepere schakering aan het verhaal. Op einde van de voorstelling komt de cirkel immers rond: terwijl Mourad een fake naam opgeeft in het asielcentrum van Merksplas, bekent Eric hoe hij, wanneer hij met de vrachtwagen naar Engeland moest, zich op de boot van Hull onder het rijke volk mengde en zich voordeed als computerverkoper Eric Uytterhoeven. Willen we niet allemaal soms een ander en beter leven? Hoe diep het water ook is, het gras is altijd groener aan de overkant. Dat is onze tragiek.

Het docutheater, dat ‘Haven 010’ is, verweeft theatrale fictie en waargebeurde feiten en laat op ingenieuze wijze de realiteit steeds verder binnensluipen. Er zijn de echte beelden van Mourad (we krijgen enkel zijn achterhoofd te zien), de documenten over zijn plaatsing in het gesloten asielcentrum van Merksplas, de sms’n die Mourad aan De Cock stuurde, er zijn de beelden waarop de acteur Mourade te zien is met de ouders van Mourad in Algerije. En aan het slot van de voorstelling komen de vele asielzoekers, waarmee Vindevogel een koor vormde, de scène op van tussen het publiek, de mensenzee waar ze zich als verstekeling ophielden, en zingen het begin van een Bach-cantate: ‘Ach, wie flüchtig, ach, wie nichtig is der Menschen Leben’. (‘Ach, hoe vluchtig en nietig is het mensenleven).

Gelukkig bestaan er mensen om hun verhalen op te tekenen, die wel de mieren en de muizen zien. Met dank aan Michael De Cock. Of zoals Ariadne zei aan Icarus toen ze elkaar als kinderen verhalen vertelden terwijl ze languit liggend keken naar de wolken: ooit worden wij ook een verhaal.

Liv Laveyne, Knack, 30.07.2010


ALLEEN DE OVERKANT VAN DE NOORDZEE BIEDT HOOP

Theater Aan Zee toont Oostende als grimmig laatste toevluchtsoord voor werkzoekende illegalen

Festival Theater Aan Zee in Oostende laat zich dit jaar inspireren door de rauwe werkelijkheid. Illegalen spelen de hoofdrol.
"In Oostende is mijn bestaan begonnen te vergaan."

Toepasselijker kan de plek om foto's tentoon te stellen niet zijn: in het halfduister onder een gietijzeren spoorwegviaduct in Oostende hangen donker afgedrukte portretten van werkzoekende illegalen. Mannen van Marokkaanse en Algerijnse afkomst beproeven in de havenstad hun geluk: verstopt in een vrachtwagen of als verstekeling mee op de boot willen ze Engeland bereiken.

Fotograaf Stephan Vanfleteren en toneelregisseur Michael De Cock zijn gefascineerd door hedendaagse vluchtelingen, die zij "Europa- ofwel Engelandvaarders" noemen. Vanfleterens foto's hangen tijdens het festival Theater Aan Zee op allerlei plekken in Oostende - niet alleen onder de spoorbrug waarover de werkzoekenden kwamen aangereden. Vanfleteren geeft de frivole badplaats een andere wending: die van laatste toevluchtsoord, grimmig en bitter.

Regisseur De Cock is verantwoordelijk voor de uitgelezen en verrassende theaterprogrammering van Theater Aan Zee. Het thema migratie verbindt de kunstuitingen met elkaar, niet alleen fotografie en theater, ook dans, performance en beeldende kunst. In de vervallen linkervleugel van het station biedt de installatie Nachtopvang een droevig beeld van de havenstad als vijandig oord voor daklozen en illegalen. Te midden van verbrokkelde muren staan vuile bedden. De vensters zijn betralied. Een lege jeneverfles staat op de vloer. Vergunnings- en verblijfspapieren liggen te vergelen op ambtelijke bureaus. Dichter Hugo Claus is aanwezig met zijn vers: "In Oostende is mijn bestaan begonnen te vergaan." Voor velen is Oostende een eindstation. Illegalen, radeloos op zoek naar een beter leven, worden bruut bejegend en weer verdreven.

Deze installatie is puur theater, zij het zonder acteurs. De betrokkenen met hun tragiek, vereenzaming en vervreemding kunnen we er moeiteloos bij bedenken. Verderop, in een oude goederenloods op het stationsemplacement, brengt De Cocks eigen gezelschap 't Arsenaal uit Mechelen samen met muziektheatergezelschap Walpurgis de voorstelling Haven 010. Net als bij de foto's van Vanfleteren biedt de rauwe werkelijkheid de inspiratie. De regie van De Cock ademt dezelfde sfeer: donkere schaduwpartijen op de speelvloer overheersen. Hel toneellicht veroorzaakt vooral angst, want de stralen verbeelden verblindend zoeklicht. Vanfleteren en De Cock hebben een nadrukkelijke boodschap: ze vragen aandacht voor het lot van illegalen. Het personage Amor Khaled staat symbool voor alle vluchtelingen. Hij is afkomstig uit de Maghreb, de westelijke Sahara, en wordt opgejaagd door de politie. Een van zijn vrienden is door een politiehond aangevallen, dat beest vrat zijn oog weg. Hij hangt rond in Oostende, hij slaapt in de struiken.

Hij ontmoet een Vlaamse vrachtwagenchauffeur. Reusachtige filmbeelden tonen Oostende in de vroege ochtend; camions rijden af en aan, schepen vertrekken. De zwarte schim van illegaal Amro glijdt over de speelvloer, een personage op de vlucht. Tussen hem en de chauffeur ontstaat vriendschap en begrip. In verstilde scènes vervlecht de regie hun beider levensverhalen; het opgejaagde van de een, het betrekkelijk veilige van de ander. Amro heeft geen identiteitspapieren, de chauffeur wel. Dat maakt een wereld van verschil, waarover niemand in het vrije westen nadenkt. Indringend is Amro's relaas van de brute ondervragingen en het geweld dat daaraan te pas komt. Hij zit in een fuik: blijven kan niet, terug kan niet, alleen de overzijde van de Noordzee biedt hoop. Een kleine, maar dramatisch secure verwijzing is die naar de vrachtwagenchauffeur die 58 Chinese verstekelingen wilde overzetten; ze vonden de dood in zijn laadruimte.

Haven 010 houdt welbewust open of de chauffeur de illegaal gaat helpen met de overtocht of niet. Aan het slot schuiven de loodsdeuren open en neemt de chauffeur Amor mee naar de spoorrails, hij zegt: "Kijk, loop er overheen en bereik de zee. Wacht op de winter. Soms is de Noordzee geheel bevroren en dan is Engeland niet meer dan een wandelingetje van twintig kilometer. Je bent er zo."

De enscenering is in sobere, doeltreffende stijl. Geëngageerd theater zonder effectbejag. Actualiteit zonder pathos. Ruud Gielens als chauffeur en Mourade Zeguendi als Amro versterken elkaars twijfels; hoe oprecht is een illegaal? Met welke bedoelingen sluit hij vriendschap? Wat de woorden niet onthullen, doet de muziek. Haven 010 krijgt een meeslepende begeleiding door leden van Walpurgis. Zangeres Judith Vindevogel zet Zeerover Jenny uit de Dreigroschenoper in als traît d'union tussen de westerse en Arabische cultuur. De klankwereld die ontstaat met instrumenten als accordeon, viool en klarinet is dreigend en gruizig, alsof de havengeluiden keihard versterkt worden, tot het angstaanjagende aan toe.

Kester Freriks, NRC Handelsblad, 02.08.2010


DE NIETIGHEID VAN EEN MENSENLEVEN

... Maar het leven neemt soms toch weer een vrolijke wending. Twintig minuten later ging namelijk HAVEN 010 in première, een coproductie van ’t Arsenaal en Walpurgis in samenwerking met Union Suspecte. Opnieuw tekent Michael De Cock, dit keer samen met Judith Vindevogel, voor de regie en schreef hij de tekst na gesprekken met vluchtelingen, een thematiek die hem al jaren bezighoudt. Ook hier veel extra’s: drie schermen die voor een bewegend decor zorgen en vijf vrouwen die lekkere en juiste muziek maken.

Ruud Gielens is voor de gelegenheid een truckchauffeur die zijn werk en eigenwaarde kwijt is, en Mourade Zeguendi speelt een Algerijnse vluchteling die naar Engeland wil. De mannen ontmoeten mekaar op een parking in Jabbeke, en da’s het begin van een vriendschap. Hun dialogen worden afgewisseld met opnames van getuigenissen van de echte Algerijn die aan de basis ligt van het personage van Mourade Zeguendi. Sommige van zijn verhalen zijn schokkend. Belgische politiemannen laten een hond los op een vluchteling. De hond bijt zijn oog uit.

Het blijft een lastige oefening, vind ik, kunst maken van schrijnende realiteiten. Omdat de realiteit al gauw straffer is dan de verbeelding. Omdat goede bedoelingen geen garantie zijn voor artistieke kwaliteit. Omdat het een moeilijk evenwicht is tussen duidelijkheid in de boodschap en voorspelbare boodschapperigheid.

Net als ik mij na pakweg een uur en twintig minuten HAVEN 010 voorzichtig begin af te vragen of ik toch niet liever een documentaire had gezien over de ontmoetingen die Michael De Cock had met allerlei vluchtelingen, pakken ze mij weer keihard bij de lurven. De spelers zijn vertrokken langs de geopende poorten van de loods waar de voorstelling speelt, Judith Vindevogel heeft de Bachcantate ‘Ach wie flüchtig, ach wie nichtig’ ingezet, en opeens komen er een twintigtal vluchtelingen de vloer opgelopen die mee inpikken. Zij zingen, zeggen en menen het: Ach wie flüchtig, ach wie nichtig ist der Menschen Leben/wie ein Nebel bald entstehet/und auch wieder bald vergehet/so ist unser Leben sehet! En dan is er geen houden meer aan. Het is niet meer kunnen ontsnappen en kippenvel krijgen en overhoop zijn. Daar staan mensen, sommigen met kinderen, die wegens geen papieren hier niet welkom zijn. Mensen die als honden in een asiel in gesloten instellingen worden gestopt waar ze ten onder gaan aan verveling en onzekerheid. Mensen die worden opgejaagd door politie en misbruikt door malafide figuren die alleen maar uit zijn op winstbejag. Mensen die hier vaak jaren leven, werken en een bestaan opbouwen, maar die evengoed het land worden uitgezet. Daar staan ze. Geen abstractie in een theaterstuk, maar echt. Ze vragen aandacht, ze hebben iets te melden. In our faces.

Alleen al door die vijf minuten bewijst HAVEN 010 dat het kan: politiek correct theater maken dat werkt, dat doet wat kunst in de ideaalste der werelden bewerkstelligt: raken en in verwarring brengen en bijblijven en aanzetten tot nadenken. En zo maakt Michael De Cock van deze openingsavond alsnog een blijde intrede. Dankuwel daarvoor.

Griet Op de Beeck, DE MORGEN, 31.07.2010

Recensie HAVEN 010

De trucker die als mier zware lasten torst, de Algerijnse illegaal die als bange muis op de vlucht slaat. In een Antwerpse hangar worden deze verloren zielen vrienden.

De muis en mier zijn maar beeldspraak. Haven 010 is een voorstelling over vluchtelingen. Artistiek leider van 't Arsenaal Michaël De Cock schreef een tekst op basis van getuigenissen van mensen zonder papieren die aankomen in Oostende en een Engelse droom najagen.

Mourad is een van hen. Op een parking in Jabbeke krijgt hij een lift van Eric: een truckchauffeur die op het eerste gezicht in een andere wereld leeft, maar met wie de raakvlakken groot zijn. Allebei zijn ze altijd onderweg, en voelen ze de hete adem van de controle in de nek. Mourad voelt zich de muis die wegvlucht voor politiehonden, Eric ziet zich als mier die traag over de wegen schuift, met in zijn stuur een chip die elke stop registreert.

De twee acteurs bewegen zich voor grote schermen die beelden projecteren die meegaan met het verhaal. Een verlaten haven, de zee, een uitwijsbrief. Een vrouwenkwintet onder leiding van Judith Vindevogel van Walpurgis reist muzikaal met Mourad en Eric mee, en zorgt vooral voor een bijzonder sterk en confronterend einde. Wel twintig zangers van alle mogelijke nationaliteiten gaan als koor voor het publiek staan en zingen een Bach-cantate: over hoe nietig en vluchtig het leven is. Het wordt ijzig stil op de tribune...

Eefje Rampart, GVA, 12.08.2010


PREMIERE HAVEN 010: SOPRAAN JUDITH VINDEVOGEL HOUDT DE OGEN WIJD OPEN

‘We moeten naar mensen blijven kíjken’

Met de samenwerking voor HAVEN 010 gaan WALPURGIS en ’t ARSENAAL (i.s.m. Union Suspecte) inhoudelijk en artistiek over de grenzen. Michael De Cock schreef het verhaal van de ontmoeting tussen een Maghrebijnse vluchteling en een Belgische vrachtwagenchauffeur. Judith Vindevogel, zangeres en artistiek leider van WALPURGIS, verzamelde muzikanten uit alle hoeken van Europa. HAVEN 010 is een internationale dialoog, op en buiten de scène.

Wat hebben HAVEN 010 en Bertolt Brecht met elkaar te maken?
Judith Vindevogel: ‘Met ICTUS heb ik een aantal jaren een programma gebracht met liederen van Tom Waits en Kurt Weill. Een van de liederen was ‘Zeerover Jenny’ uit de Driestuiversopera van Bertolt Brecht. Dat lied gaat over een arm meisje, een nobody onderaan de maatschappelijke ladder. Ze moet keihard werken maar krijgt niet de menselijke aandacht die iedereen verdient: ze wordt genegeerd en vernederd, niemand doet de moeite om haar werkelijk te leren kennen. Zeerover Jenny begint hardop te dromen van het moment dat alles zal veranderen, dat de machtsverhoudingen zullen kantelen. Ik besefte op een gegeven moment dat dat lied, als je het vertaalt naar vandaag, zou kunnen gaan over al die mensen van buiten Europa die naar hier proberen te komen en die wij hier liever niet dan wel zien. De bourgeois die in het lied van Weill geviseerd worden zijn wij westerse mensen, die zowel letterlijk als in ons bewustzijn heel weinig plaats maken voor mensen die op zoek zijn naar een ander leven. Ik wist dat Michael De Cock heel erg met dat migratiethema bezig was en dus ben ik met hem gaan spreken – zo is het idee voor HAVEN 010 ontstaan.’

Het klinkt als een waarschuwing: zullen wij gestraft worden voor ons egoïsme?
‘Het lied van Zeerover Jenny wijst toch op een dreigend gevaar. Het meisje droomt dat er een schip zal aanmeren aan de kade, de mannen op dat schip zullen de stad veroveren en iedereen tot bij haar brengen. Wanneer de kapitein van het schip vraagt wie moet gedood worden zegt zij ‘allemaal’. Logisch: mensen die als honden worden behandeld zullen als honden reageren. Voor mij betekent dat lied dat we oog moeten hebben voor elkaar, dat we voor elkaar moeten zorgen en dat we die migratieproblematiek dus niet onder de mat mogen stoppen. We moeten naar mensen blijven kijken – als we dat niet doen ontmenselijken we ze. Machtsverhoudingen kunnen snel kantelen. Zowel onze welvaart, als onze menselijkheid zijn heel fragiel.'

Een ander muzikaal speerpunt in HAVEN 010 is de Bachcantate Ach wie flüchtig, ach wie nichtig.
‘‘Ach hoe vluchtig en futiel is het leven…’ Ik heb die cantate gekozen omdat ze tegelijkertijd een lichte en een donkere kant heeft. Je kan haar ook op twee manieren interpreteren. Vanuit het standpunt van de migranten is er de idee dat het leven kort is, – ‘het ontstaat gelijk een wolk maar is ook even snel verdwenen’ – voor deze mensen is er de hoop en de drang om iets moois van hun leven te willen maken, voor hen is het is nu of nooit. Vanuit het standpunt van de westerse mens kan je deze cantate lezen als: niet zo arrogant met al die verworven rijkdom en macht, want geluk kan van de ene op de andere dag verdwijnen.'

Dat dubbele perspectief valt op: in HAVEN 010 komt niet enkel de migrant maar ook de autochtoon aan het woord.
‘Michael vertrekt in zijn voorstellingen vaak van het verhaal van de vluchteling, ik vond het belangrijk om ook ‘onze’ zijde aan bod te laten komen. Die mensen die van daar naar hier komen, dat doet ook iets met óns. Zelfs als ‘breeddenkend’ mens voel je dat er een spanningsveld ontstaat: tot waar laat je die mensen komen, waar houdt je tolerantie op? Ik heb het dan in de eerste plaats ook over mezelf, hoor. Omwille van die dubbelzijdigheid staat naast het personage van de Maghrebijn die naar Londen wil vluchten ook een tweede, Belgisch personage. Het gaat om een vrachtwagenchauffeur die door het openstellen van de Europese grenzen en de toevloed van Poolse en Slowaakse chauffeurs zijn job verliest. Daardoor krijg je in HAVEN 010 een genuanceerd verhaal waarin de complexiteit van de realiteit - en dus ook onze verdraagzaamheid én onverdraagzaamheid - een plaats krijgt.

Dialoog is een inhoudelijk kernbegrip in HAVEN 010, maar heeft het ook in de artistieke samenwerking betekenis gekregen? Rondom jou staan muzikanten uit Noorwegen, Albanië, Kroatië, Spanje…
‘Dialoog staat centraal in elk project dat WALPURGIS aanpakt. Muziektheater is bij uitstek een discipline waarin verschillende culturen, stijlen en motivaties samengebracht worden. Michael en ik wilden er van in het begin een uitgesproken Europese samenwerking van maken. Een echte artistieke samenwerking, niet alleen gericht op speelplekken in het buitenland. En dat betekent: in gesprek gaan, met mensen die van elders komen. Het resulteert niet altijd in een makkelijk parcours, dat is waar. Echt met elkaar in dialoog gaan is soms makkelijker gezegd dan gedaan. (lacht) Maar het is wel waar wij met HAVEN 010 naar gestreefd hebben.’

TAZ gazette, Evelyne Coussens, juli 2010


Haven 010, theatervoorstelling over hedendaagse migratie

Theatermaker Michael De Cock, ‘t Arsenaal, Union Suspecte en Walpurgis sloegen de handen in elkaar om een voorstelling te maken waarin de hedendaagse migratie centraal staat. Een voorstelling dus die zich aan de schaduwrijke onderkant van de samenleving afspeelt. Na succesvolle reeksen in Oostende (Theater aan Zee) en Antwerpen (de Zomer van Antwerpen) is Haven 010 klaar om in de rest van het land te toeren.

Laat me eerst duidelijk maken dat ik een buitenstaander ben, een niet-ingewijde kijker, een alles-behalve-professionele theaterrecensent. Ook het thema van asiel en migratie ken ik eerder uit het verleden dan uit de meest actuele ontwikkelingen.

In dat verleden was ik nog mede-initiatiefnemer en later voorzitter van een vzw die de belangen van asielzoekers en vluchtelingen in en rond Antwerpen wou verdedigen bij lokale en bovenlokale overheden. HAVEN heette die vzw, Hulp Aan VluchtelingEN. Onder andere daarom was ik extra geprikkeld om de voorstelling Haven 010 te zien.

De andere en echte reden was dat ik erg benieuwd was naar de manier waarop Michael De Cock zijn bewonderenswaardige en volgehouden betrokkenheid bij de werkelijke levens van al die migrerende mensen omzet in hedendaags theater. Welke meerwaarde biedt theater in vergelijking met de geschreven journalistiek als we de vele lagen en facetten van migratie in de eenentwintigste eeuw willen tonen aan een publiek dat in grote mate afgeschermd wordt van de mensen die migreren?

De voorstelling wordt aangekondigd als een stuk ‘over mensen die vanuit allerlei verschillende beweegredenen naar hier komen om een nieuwe thuishaven te vinden in Europa, en over onze eigen verhouding daartoe’. De kracht en de originaliteit van het geheel ligt in die korte bijzin.

Haven 010 heeft niet zozeer de migratie en de moeilijkheden die daarmee samenhangen als onderwerp, het stuk gaat veel meer over de samenleving als geheel en als systeem, waarbinnen geen plaats of aandacht is voor mensen aan de rand -ook al zijn die met miljarden. Er is de goed geoliede machine van de Europese middenklassenwereld en er is de onderlaag van mensen die daar wanhopig toe willen behoren maar op allerlei -brutale, onzichtbare, wettelijke en zelfs goedbedoelde- manieren van uitgesloten worden.

In die duistere schaduwwereld vindt de ontmoeting plaats tussen Mourad en Eric, tussen de muis en de mier, tussen de vluchtige en vluchtende migrant en de nietige trucker, tussen de ingezetene die zonder belemmering maar ook zonder dromen of ambities over de Europese wegen en door de grenzen heen rijdt en de migrant die droomt van een eldorado aan de overkant, maar vastzit op de plek waarnaar hij niet op weg is.

Haven 010 focust niet eenzijdig op de misère van de asielzoekers en vermijdt tegelijk de maatschappelijk werker als autochtone tegenpool. Ze nodigt de toeschouwer uit om te blijven kijken naar de verborgen kwetsbaarheid van nietige en vluchtige mensenlevens. Dat uitgangspunt geeft de voorstelling een uniek en waardevol perspectief.

De vorm die De Cock voor Haven 010 gekozen heeft, is hybride. Teksttheater met twee personages, live uitgevoerde muziek als derde personage, drie reuzenvideoschermen waarop de realiteit -waarop het theater reflecteert- geprojecteerd wordt, en dat alles in het kader van een donkere loods aan de haven. Daarmee wordt alvast een arsenaal instrumenten in stelling gebracht om niet alleen de ratio van de bezoeker aan te spreken, maar ook de zintuigen en dus de emoties.

Haven 010 wil niet zozeer informeren dan confronteren en reflecteren. De betrokkenheid bij het leven van Mourad en zijn lot- en tochtgenoten wordt nooit sentimenteel, maar balanceert voortdurend op het randje van de afwijzing. De onvermijdelijkheid van migratie en mondialisering wordt nooit geportretteerd in de exotische kleuren van een heerlijk verrijkende diversiteit, het blijkt een zaak van mensen die elkaar tegenkomen in de buitenbaan van het maatschappelijke bestaan en daar zowel botsen als elkaars pijn herkennen.

Het opzet, de constructie en het perspectief van Haven 010 zitten dus allemaal heel goed. En toch werkt de voorstelling niet echt. Dat heeft te maken met enkele manco’s die cumulatief tot een groot tekort leiden.

De ontmoeting tussen Mourad en Eric is dan wel het centrale gebeuren van de voorstelling, ze vindt tegelijk nooit plaats. Dat is op zich interessant, want het feit dat beide personages zo geconsumeerd worden door hun eigen uitsluiting en nietigheid, maakt het quasi onmogelijkheid om de grens met de ander over te steken op een manier die de toevalligheid overstijgt. Mourad maakt contact met Eric omdat hij hoopt dat die hem kan helpen bij de oversteek van het Kanaal, Eric is op zijn beurt op zoek naar een helpende hand om de bruggen te verbranden die hem gebonden houden aan een verleden van betutteling. De voorstelling suggereert dat de banden tussen de twee mannen dieper en sterker worden, maar aangezien er geen groei of ontwikkeling van de individuele personages plaatsvindt, ben je daar niet zeker van. Of geloof je het niet helemaal. En als een centrale pijler wankelt, dreigt het hele bouwwerk scheef te zakken.

Gaandeweg verschuift het gewicht van de voorstelling bovendien van Mourad naar Erik, van de utopie van de migratie naar de kleinschalige wraak van de autochtone gemarginaliseerde. Het echte interview met de werkelijke Mourad, waarvan fragmenten op video getoond worden, vertelt over een geslaagde oversteek, maar op scène verdwijnt dat perspectief onder het verpletterende gewicht van de moeder-zoon trauma’s van Eric.

Het feit dat voor de finale -tegen de achtergrond van Erics apocalyptische emancipatiegebaar- een hele groep echte asielzoekers, mensen zonder papieren en migranten de scène op komen om de Bach cantate Ach wie flüchtig, ach wie nichtig ist der Menschen Leben te zingen, heeft dan ook iets dubbels. Het is een pakkende scène die je meteen de illusie ontneemt dat het “maar theater” is: Haven 010 gaat over echte mensen, met echte gezichten en eigen stemmen, met reële dromen en verwachtingen, maar ook met veel te reële kwetsuren en ontgoochelingen -ook al wordt dat allemaal onzichtbaar gemaakt door de voortdurende repressie en het dominante discours. Maar tegelijk balanceert deze finale op het randje van de exploitatie, waarin de echte migranten de tekorten aan geloofwaardigheid en emotionele betrokkenheid van de voorstelling ter elfder ure nog moeten komen rechtzetten.

Het tekort aan emotionele betrokkenheid is een opvallend manco in een voorstelling die gemaakt is aan de hand van veel en lange gesprekken met asielzoekers en migranten. Michaël De Cock is geen koele kikker en dus moet hij vaak geschokt geweest zijn bij het aanhoren van de verhalen van de mensen die zonder papieren en dus quasi zonder rechten Europa doorkruisen.

Acteur Mourad Zeguendi vertelt in een interview met De Standaard bijvoorbeeld over een groepje mensen dat ’s nachts in een sloep de Middellandse Zee oversteekt. Om niet opgemerkt te worden door de patrouillerende Spaanse kustwacht moet iedereen muisstil zijn. Een moeder heeft toen haar huilende baby moeten verdrinken om de overtocht van de anderen niet in gevaar te brengen.

De paar zinnen die Zeguendi daarover vertelt, snoeren mijn keel dicht. Ze maken niet alleen de wanhoop en de staalharde overtuiging van de migranten duidelijk, maar ook de trauma’s die zelfs succesvolle “overstekers” een leven lang met zich mee zullen dragen. In Haven 010 blijft de confrontatie met dat soort werkelijkheid en bevraging uit. De worsteling van Eric met zijn betuttelende moeder wordt met meer emotionaliteit (of ten minste met meer uitgeschreeuwde en versterkt decibels) gebracht dan de fysieke of psychische wonden van Mourad.

Het meest emotionele moment in de voorstelling die ik zag, was een schitterende vertolking van Heroes door Hadewig Kras, alleen begeleid door haar elektrische bas. ‘Oh we can beat them / Forever and ever / Then we could be heroes just for one day.’ Deze Bowie meets the Velvet Underground is -samen met de finale- een van de weinige momenten dat de muzikale inbreng de voorstelling versterkt, verdiept en vooruithelpt.

De polariteit tussen de heldendroom en de confrontatie met de nietigheid van het bestaan aan de onderkant van de samenleving vormt trouwens de narratieve spanningsboog waarbinnen Haven 010 zich beweegt. Op de meeste andere momenten doorbreekt de muziek de opbouw en het verhaal, zonder dat deze cesuren een andere, constructieve functie krijgen in de voorstelling.

De eclectische muziekkeuze zorgt niet voor een eigen verhaallijn, ze functioneert niet als een Grieks koor dat in dialoog gaat met de personages. ‘Echt met elkaar in dialoog gaan is soms makkelijker gezegd dan gedaan’, zegt muzikaal leidster Judith Vindevogel in de TAZ Gazette. De voorstelling is daarvan jammer genoeg een illustratie, al zal het zo wel niet bedoeld zijn. Door dat gebrek aan communicatie tussen tekst en muziek groeit doorheen de voorstelling het gevoel dat dit stuk een work in progress is, dat verder uitgepuurd moet worden om zijn definitieve richting te vinden en op zijn bestemming aan te komen.

Het verhaal van de eerste ontmoeting tussen Mourad en Eric lijkt me nog de beste metafoor voor de hele voorstelling. Mourad was clandestien op een vrachtwagen geklommen in de hoop in Groot-Brittannië aan te komen, maar werd integendeel landinwaarts naar Jabbeke gevoerd wordt. Goed geprobeerd, maar fout gegokt.

Haven 010 is gebaseerd op ongetwijfeld goed en degelijk onderzoek -De Cock zegt terecht dat hij meer tijd en middelen kan investeren dan een journalist die op het thema werkt, en dat hij meer toegang tot documenten en officiële handelingen kreeg dan diezelfde journalist-, op een sterk uitgangspunt -de ontmoeting tussen de muis en de mier-, en op een verhaalopbouw die tekst, muziek en beeld fragmenteert zodat de toeschouwer gedwongen wordt om zelf te puzzelen -zoals dat ook in het echte leven gaat- en pas als het hele plaatje in elkaar gepast is, ziet welk lelijk gezicht onze samenleving toont in het verhaal van de hedendaagse migratie.

Maar als dat alles niet in elkaar past, als het niet tot een indrukwekkende en overtuigende voorstelling leidt, dan staat de vrachtwagen met al dat materiaal op de parking van Jabbeke in plaats van op de kade van Dover.

Gie Goris, MO Magazine, 18 augustus 2010


IK HEB GEEN MEDELIJDEN, WEL BEGRIP

MOURADE ZEGUENDI, ACTEUR UIT DE FILM 'LES BARONS',
KIEST VOOR DE ILLEGALE OVERSTEEK

Tijdens een hittegolf zouden we vergeten dat Oostende ook een havenstad is. Net niet de grootste van België, wel een waar het festival Theater Aan Zee al jaren voet aan wal heeft. Het stuk HAVEN 010 typeert het centrale thema van deze editie: illegalen, of de bezoekers van Oostende die zich enkel in het donker aandienen.

Lees het volledige artikel p 1

Lees het volledige artikel p 2

De Standaard, Sara Vankersschaever, 24.07.2010


VERGEET HET, FORT EUROPA BESTAAT NIET

"Zwak zijn ze zeker niet. Zij die in een bootje stappen richting Europa zijn mensen die dingen in beweging zetten en voor frictie zorgen. ze zijn avant-garde."
Theatermaker en journalist Michael De Cock trok samen met fotograaf Stephan Vanfleteren naar de kusten van Senegal en Malta, naar Slovakije, Londen en Oostende. Voor het boek ALLER/RETOUR. De grenzen van het fort Europa sprak hij met jonge mannen, stuk voor stuk bezeten door eenzelfde droom: een nieuwe start in Europa. Tegelijk maakte hij rond het thema HAVEN 010, een voorstelling die op het kunstenfestival Theater aan Zee in Oostende in première gaat, en in augustus in de Zomer van Antwerpen wordt vertoond.

Lees het volledige artikel

Gazet Van Antwerpen, Karin Vanheusden, 19.06.2010

Inschrijven nieuwsbrief